Een voorkeursrecht gemeente en de vaagheid van het plan, waar ligt de grens?
De rechter overweegt: Anders dan (…) betogen was op het moment dat provinciale staten het voorkeursrecht vestigden niet uitgesloten dat de toegedachte bestemming van elk van de percelen met de windturbines anders zou zijn dan het huidig gebruik.
De rechter overweegt ook: De systematiek van de Wvg brengt mee dat op het moment dat het voorkeursrecht kan worden aangewend onzeker kan zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Gelet op het doel van de wet, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van gronden benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen, staat de gestelde onzekerheid niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar de uitspraak van 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3786, onder 4.3. In dit stadium van de planvoorbereiding kan niet op perceelsniveau worden aangeduid welke bestemming uiteindelijk zal worden toegekend. Het behoeft nog niet voor elk in de aanwijzing betrokken perceel of windturbine duidelijk te zijn of het kan worden ingepast. Vergelijk ook de uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0295, onder 2.3.1.
Link: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2761
