De rechter overweegt: De oorzaak van de schade is gelegen in het ontbreken van de profielschets, die het enige document is waar de relevante informatie in staat over de diepte van de HDPE-persleiding. Aannemelijk is dat de gemeente de profielschets toch niet zou hebben verstrekt (en Holland Drilling de profielschets toch niet zou hebben gekregen) als de informatie-aanvraag geheel nauwkeurig en juist zou zijn geweest, omdat de profielschets niet beschikbaar was bij het team van de gemeente dat informatie-aanvragen behandelt. De gemeente heeft niet toegelicht welke inspanningen zij zou hebben geleverd om de informatie op orde te krijgen als Holland Drilling nog eens informatie zou hebben gevraagd over de diepte(s).

De rechtbank is van oordeel dat de gemeente de profielschets (4.14 hiervoor) moest verwerken in de gegevens bij het Kadaster en moest verstrekken bij haar e-mail van 31 oktober 2022 (4.9 hiervoor). De gemeente heeft, door dit na te laten, in de visie van de rechtbank onzorgvuldig gehandeld. De publieke verantwoordelijkheid van de netbeheerder (de gemeente) om de vereiste zorg te betrachten om juiste en niet misleidende gegevens te verstrekken – in de eerste plaats bij het Kadaster en vervolgens in reactie op informatie-aanvragen – is onderdeel van het evenwicht in de wetgeving en staat in dat evenwicht tegenover een zwaarwegende onderzoeksplicht en controleplicht van de aannemer (…). De gemeente wijst zelf op haar verantwoordelijkheid onder 3.5 van de dagvaarding, met een citaat uit de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2005/2006, 30475, nr. 3, p. 13-14). In dat citaat staat onder meer dat de beheerder aansprakelijk is voor eventuele schade ingeval van onjuiste gegevens (leidingen buiten de foutmarge) en:

“Dit geeft een grote stimulans aan beheerders om de liggingsgegevens op de juiste wijze aan te bieden en ook op orde te krijgen.”

De taak van de gemeente betreft dus het op de juiste wijze aanbieden en het op orde krijgen van deze gegevens. De gemeente legt vervolgens uit dat de Hoge Raad groot gewicht geeft aan de CROW 500 richtlijn, waar de rechter in beginsel bij moet aansluiten. Maar nergens uit blijkt dat de “grote stimulans” uit de wetsgeschiedenis is weggevallen of tenietgedaan. Deze stimulans betreft in de aangehaalde parlementaire geschiedenis overigens de foutmarge in de breedte, maar de problematiek van elkaar kruisende leidingen in de diepte is naar het oordeel van de rechtbank daarmee op één lijn te stellen.

De profielschets betreft het hele traject van de HDPE-leiding en dus ook het gebied op de tekeningen bij de informatie-aanvraag (4.8 hiervoor) en de reactie van de gemeente (4.9 hiervoor). Dat gebied betreft de huisnummers vanuit het noorden tot en met [nummer 1] (onweersproken). De profielschets behoort in de visie van de rechtbank daarmee in elk geval tot de gegevens die Holland Drilling heeft opgevraagd en die de gemeente moest verstrekken, conform de betekenis die de gemeente redelijkerwijs moest geven aan de informatie-aanvraag – ook indien het gemeentelijke standpunt wordt gehonoreerd waarin de tekening doorslaggevend is (niet de opgegeven huisnummers). Voor de gemeente was dus wel duidelijk, anders dan de gemeente betoogt, dat Holland Drilling over informatie zoals de profielschets wilde beschikken: Holland Drilling heeft in haar e-mail van 31 oktober 2022 uitdrukkelijk de “diepte(s)” van de leidingen benoemd.

De enige reden die de gemeente heeft opgegeven voor haar nalaten om de profielschets te verstrekken, is dat de profielschets zich bevond in het archief en niet beschikbaar was bij het team dat informatie-aanvragen behandelt. Dat neemt de onzorgvuldigheid in de visie van de rechtbank niet weg; integendeel, dat maakt de onzorgvuldigheid zwaarder. De gemeente heeft geen goede verklaring gegeven voor haar nalaten om (de gegevens uit) de profielschets te melden bij het team dat informatie-aanvragen behandelt en bij het Kadaster. Uit de aangehaalde parlementaire geschiedenis (de “grote stimulans”) volgt dat deze melding behoort tot de plicht van de gemeente. Bij gebreke van een toelichting is aannemelijk dat, als de gemeente aan deze plicht zou hebben voldaan, Holland Drilling eenvoudig en tijdig alle relevante gegevens zou hebben ontvangen via de KLIC-melding, in het bijzonder de gegevens over de diepteligging van de HDPE-persleiding.

De gemeente heeft er ook onweersproken op gewezen dat het punt waar de HDPE-persleiding is geraakt (ter hoogte van de noordzijde van het gebouw met huisnummers [huisnummerreeks 3] ) buiten het gebied van de tekening in de e-mail van Holland Drilling van 31 oktober 2022 is gelegen. De gemeente merkt op, eveneens onweersproken, dat Holland Drilling, als zij uitsluitend had geboord binnen dit gebied (op de dikke rode lijn in die tekening), de HDPE-persleiding niet zou hebben geraakt. De rechtbank verwerpt dit betoog omdat Holland Drilling in die tekening de HDPE-persleiding aanwijst (rood omcirkeld) en informatie vraagt, inclusief de “diepte(s)”. Tegen deze achtergrond was er voor de gemeente zonder meer reden om de profielschets te verstrekken, omdat de profielschets onder meer gaat over het gebied op de tekening in de e-mail van Holland Drilling van 31 oktober 2022. Dit is al van beslissende betekenis, maar er komt nog bij dat Holland Drilling in die e-mail onmiskenbaar melding heeft gemaakt van het gebied tot huisnummer [nummer 2] (dus inclusief het punt waar de HDPE-persleiding is geraakt). De conclusie is dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door de profielschets niet te verstrekken.

De link naar het vonnis: ECLI:NL:RBOBR:2026:5249.