De rechter overweegt: Volgens de deskundigen was het van de aanvang af de bedoeling van [gedaagden] en [A] om [A] via een hogere huurprijs c.a. substantieel te laten bijdragen aan de investering van [gedaagden] in het pand. Zij wijzen onder (..) van het aanvullende deskundigenrapport op citaten uit (proces-)stukken van [gedaagden] . Volgens de deskundigen rechtvaardigt die bedoeling de aftrek die de deskundigen hebben toegepast op de onrendabele top. Nog daargelaten dat [gedaagden] de interpretatie van de deskundigen van de citaten bestrijden en ook bestrijden dat dit de bedoeling was, geldt naar het oordeel van de rechtbank dat niet doorslaggevend is wat de bedoeling was van de betrokken partijen, maar wat de facto gebeurde. Wat er feitelijk gebeurde was dat een hogere huurprijs werd betaald die uitsteeg boven een marktconforme huurprijs, gelet op de investeringen van [gedaagden] . Dat surplus kwam aan [gedaagden] toe en een dergelijk surplus boven de markthuurprijs kan daarom ook in de nieuwe situatie vanaf 2024 niet middels een aftrek op de onrendabele top aan [gedaagden] worden ontnomen.

De link naar de uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2026:5869