De rechter overweegt: Naar het oordeel van het hof is een prijsbeding als het onderhavige, waarbij is overeengekomen dat maandelijks tussentijdse facturen zullen worden gestuurd, voldoende transparant. Daarbij betrekt het hof dat in een zaak als de onderhavige zeer lastig te voorspellen is hoeveel uren daaraan uiteindelijk in totaal besteed moeten worden. Hoeveel werk [geïntimeerde] aan de zaak zou moeten besteden, zou immers sterk afhangen van de houding van de wederpartij. Een voorspelling daarvan vooraf voegt daarom niet zoveel toe aan het maandelijks tussentijds declareren.

 

Ten overvloede overweegt het hof dat als toch zou moeten worden geoordeeld dat het beding niet transparant is, dit niet automatisch betekent dat het ook oneerlijk is. Of het beding oneerlijk is, moet namelijk worden getoetst aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Een gebrek aan transparantie is één van die omstandigheden. In dit geval geldt dat [geïntimeerde] een zeer redelijk uurtarief heeft gehanteerd: € 150,- ligt ruim onder hetgeen gebruikelijk is in de commerciële advocatuur. Verder is niet aannemelijk dat [appellant] de overeenkomst niet had willen sluiten als [geïntimeerde] meer informatie had gegeven over de te verwachten totale kosten. Het was voor [appellant] immers zeer belangrijk om een poging te doen om het aan Houseboats uitgeleende geld via een procedure terug te krijgen. Hierbij komt, zoals hiervoor al overwogen, dat het ramen van de totale kosten in dit geval niet goed mogelijk was. Dit leidt het hof tot de conclusie dat (ook) geen sprake is van een oneerlijk beding.

 

[…] De genoemde artikelen schrijven voor, dat de handelaar de consument vóór het aangaan van de overeenkomst informatie verstrekt over de totale prijs van de diensten of, als de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend. In dit geval geldt dat de prijs redelijkerwijs niet vooraf kon worden berekend omdat niet voorspelbaar was hoeveel uren aan de zaak zouden moeten worden besteed. Wel bevat de overeenkomst de manier waarop de prijs moet worden berekend, namelijk het uurtarief vermeerderd met BTW vermenigvuldigd met het aantal bestede uren (vgl. conclusie Wissink vóór HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:1856). De overeenkomst vermeldt ook dat de deurwaarderskosten zullen worden doorberekend. Het hof is van oordeel dat daarmee aan de informatieplicht is voldaan.

De conclusie uit al het voorgaande is dat er geen aanleiding is om de overeenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] te vernietigen en ook niet om een korting toe te passen op de door [geïntimeerde] in rekening gebrachte bedragen.

Zie voor het arrest: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:942