De toegang tot het recht is geen verdienmodel* of tijdverdrijf! Helaas denkt niet iedereen daar zo over. Onder uitzonderlijke omstandigheden kan de rechter die personen een halt toeroepen, zoals in dit voorbeeld.
*als het bijvoorbeeld wordt gebruikt om aanspraak te maken op dwangsommen wegens niet tijdig beslissen of zaken waar je evident geen recht op hebt.
De rechter overweegt: De Raad is (…) van oordeel dat (…) sprake (is) van zwaarwichtige gronden (…) en (dus) misbruik van recht. Daartoe wordt het volgende overwogen.
Appellanten 1, 2, 3 en 5 hebben in maart 2023 in twee tranches per persoon 155 dan wel 164 STAP-aanvragen op papier ingediend en appellant 4 heeft in één tranche 25 STAP-aanvragen op papier ingediend, terwijl op grond van de STAP-regeling per persoon slechts één keer per jaar een budget van € 1.000,- beschikbaar was voor scholing. Uit de (begeleidende brieven bij de) STAP-aanvragen, die variëren van opleidingen Basis installatietechniek tot solderen en van Ambtenaar bouw- en woningtoezicht 1 tot Programmeren in Javascript, blijkt niet welke opleiding(en) de voorkeur had(den) van appellanten. Verder was in de STAP-regeling uitdrukkelijk bepaald dat de STAP-aanvraag ingediend moest worden door middel van een elektronisch (digitaal) formulier. Voor personen voor wie het niet mogelijk was om langs digitale weg het aanvraagproces te doorlopen, was een voorziening getroffen om op een kantoor van het Uwv een digitale aanvraag te verzorgen. Desondanks hebben appellanten ervoor gekozen om alle STAP-aanvragen op papier toe te sturen aan antwoordnummers van kantoren van het Uwv in Rotterdam of, zoals ter zitting van de Raad nog toegelicht, Amsterdam. De door appellanten ingediende STAP-aanvragen waren verder niet volledig, omdat zij op essentiële punten niet voldeden aan de in de STAP-regeling genoemde voorwaarden, zoals het als bijlage opnemen van het STAP-aanmeldingsbewijs voor de betreffende scholing. Gelet op het feit dat op grond van de STAP-regeling uitsluitend volledige aanvragen werden behandeld op volgorde van ontvangst, en het appellanten redelijkerwijs bekend had kunnen zijn dat de STAP-regeling zeer populair was en het budgetplafond bij eerdere rondes in zeer korte tijd was bereikt, was voor appellanten voorzienbaar dat de incomplete aanvragen niet tot verlening van de subsidie konden leiden, ook niet na een eventuele door de minister geboden mogelijkheid om deze aanvragen aan te vullen. Daarbij dienden appellanten de STAP-aanvragen in op data waarop voorzienbaar was dat indiening niet tot verlening van een subsidie voor een scholing zou kunnen leiden. Zo werden de STAP-aanvragen van 3 maart 2023 en 11 maart 2023 ingediend nog voordat het eerste aanvraagtijdvak van 2023 op 17 maart 2023 werd opengesteld en werden de STAP-aanvragen van 23 maart 2023 (pas) zes dagen na de openstelling van het aanvraagtijdvak ingediend.
Link naar het artikel: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:520
