De rechter overweegt: Zoals hiervoor is toegelicht heeft de Gemeente het hele proces van (her)plaatsing van ondernemingen op het FCA , overgedragen aan een commerciële partij (de rechtsvoorganger van Marktkwartier), ook al is de Gemeente zelf de partij die uiteindelijk de privaatrechtelijke (erfpacht)overeenkomst ten behoeve van die (her)plaatsing aangaat met de betrokken ondernemingen. Aan deze overdracht van (civielrechtelijke) bevoegdheden, waartoe niet alleen de bevoegdheid om te onderhandelen met de zittende ondernemers behoort, maar ook het daarmee verweven recht om aan te wijzen met wie de Gemeente een erfpachtovereenkomst zal aangaan, is een Europese aanbestedingsprocedure voorafgegaan, waarvan voorshands niet gebleken is dat daarbij het aanbestedingsrecht is geschonden. Met het voldoen aan het aanbestedingsrecht is ook voldaan aan het gelijkheidsbeginsel en daarmee de Didam-regels omtrent het bieden van een passende mate van openbaarheid en het bieden aan potentiële serieuze gegadigden van de benodigde ruimte mee te dingen naar de (aankoop van de) onroerende zaak. De Vereniging c.s. hebben niet toegelicht waarin de Didam-regels ten opzichte van het toepasselijke aanbestedingsrecht nog strengere eisen zouden stellen waaraan niet zou zijn voldaan door de Gemeente bij het gunnen van de opdracht aan (de rechtsvoorganger van) Marktkwartier. Het hof ziet dus voorshands geen grond voor het oordeel dat de gunning van het aanwijsrecht aan Marktkwartier is geschied in strijd met de Didamregels.

Wat betreft de uitoefening van dat aanwijsrecht door Marktkwartier merkt het hof allereerst op dat Marktkwartier zelf geen overheidslichaam is, dus op haar zijn de Didam-regels niet van toepassing. Niet gesteld of gebleken is dat de Gemeente met het overdragen van het aanwijsrecht de Didam-regels heeft willen omzeilen. Integendeel: zoals hiervoor (zie rov. 6.4 en 6.5) is toegelicht heeft de Gemeente hiervoor gekozen omdat de herstructurering een ingewikkelde schuifpuzzel vormt, waarbij tientallen grondposities zullen moeten worden uitgeruild, aan de hand van onderhandelingen over onder meer (bouw)kosten, canon, etc.

Zelfs als de Didam-regels wel – indirect – van toepassing zouden zijn op de uitoefening door Marktkwartier van het aan haar gegunde aanwijsrecht (in die zin dat de verplichtingen die op grond van de Didam-regels rusten op de Gemeente als het ware moeten worden ‘doorgelegd’ naar Marktkwartier) dan is vooralsnog niet gebleken van strijdigheid daarmee. Het hof licht dit als volgt toe.

Gelet op de inhoud van de vorderingen I en II jegens de Gemeente bestrijden de Vereniging c.s. enkel (toekomstige) aanwijzingen door Marktkwartier van zichzelf als erfpachthouder en niet toekomstige aanwijzingen door Marktkwartier van andere potentiële gegadigden, waaronder zittende ondernemers. Zoals hiervoor is toegelicht is de (tijdelijke) aanwijzing door Marktkwartier van zichzelf als erfpachtgerechtigde in alle hiervoor geciteerde aanbestedingsstukken voorzien als accessoir recht voor de opdrachtnemer. Deze wijze van uitoefening van het aanwijsrecht is dus voorwerp geweest van de aanbestedingsprocedure, met alle ruimte voor mededinging. Dat de Vereniging c.s. zelf een serieuze potentiële gegadigde zouden zijn voor de gehele aanbestede opdracht, waaronder de realisatie van het vastgoed, is niet gesteld of gebleken.

De Vereniging c.s. hebben nog bepleit dat de Gemeente de regie niet zomaar aan Marktkwartier kan overlaten en zelf meer de regie in handen moet nemen. Dit, omdat zij vrezen dat Marktkwartier als erfpachthouder de bedrijfsruimtes kan verhuren of verkopen aan iedere willekeurige ondernemer, niet zijnde een reeds op het FCA gevestigde. De Vereniging c.s. hebben echter geen feiten of omstandigheden gesteld die erop wijzen dat Marktkwartier erfpachtrechten die zijzelf zal verkrijgen middels het aanwijsrecht (of reeds heeft verkregen) zal gaan gebruiken anders dan voor de realisering van het vastgoed op het FCA en het (ver)plaatsen van c.q. onderhandelen met de daarvoor in aanmerking komende ondernemingen overeenkomstig de aan haar gegunde opdracht.

Zie: ECLI:NL:GHAMS:2026:2610